Veranderingen voor ondernemers in 2010

Door: Kim Loohuis | 06 januari 2010

In het nieuwe jaar zijn er niet alleen een aantal fiscale wijzigingen waar de dga rekening mee moet houden. Ook op andere vlakken zijn er veranderingen die gevolgen kunnen hebben. Zibb.nl zet ze voor u op een rijtje.

Personeel
1. Werkgevers die jongeren tot 23 jaar in dienst nemen voor werk met een beperkt aantal uren, worden vrijgesteld van het betalen van premies en loonbelasting.
2. Werkgevers betalen minder premies als zij een oudere werknemer in dienst nemen die eerder een uitkering kreeg op grond van de Algemene nabestaandenwet. De premiekorting is 6.500 euro per jaar.
3. Werkgevers en werknemers krijgen een wederzijdse scholingsplicht.

Vervoer
4. De aanschafbelasting van personenauto’s (BPM) verandert in een belasting op uitstoot. Zuinige auto’s krijgen een korting van 750 euro. Elektrische auto’s betalen geen leasebijtelling meer.
5. Het tarief van de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s gaat naar nul. Onder zeer zuinige auto’s worden personenauto’s verstaan met een CO2-uitstoot van maximaal 95g/km (diesel) of 110 g/km (benzine).
6. Zeer zuinige personenauto’s gaan structureel onder de willekeurige afschrijving vallen. Daarnaast zullen zeer zuinige auto’s, waaronder elektrische, worden aangemerkt als bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (zie ook punt 24).

BTW
7. Het verlaagde BTW-tarief van 6 procent geldt ook voor schilderen en stukadoren van huizen ouder dan twee jaar, schoonmaakwerk in huis, isolatiewerkzaamheden, digitale educatieve informatie, tuktuks en motor- en fietstaxi’s.
8. Ondernemers die zakendoen in andere EU-landen kunnen BTW terugvragen. Ook hoeven ze meestal geen aangifte meer te doen in andere landen.
9. De BTW-vrijstelling voor het verlenen van jeugdzorg wordt uitgebreid. Voortaan zijn commerciële aanbieders van het verlenen van jeugdzorg ook vrijgesteld van BTW. In de huidige situatie zijn alleen niet-winstbeogende instellingen vrijgesteld.

Administratieve lasten
10. De verplichte inkomensafhankelijke bijdrage ZVW komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt ZVW werkgeversheffing die geen eigen premiegrens meer kent, maar meeloopt met de premiegrens voor de werknemersverzekeringen.
11. Doordat de inkomenafhankelijke bijdrage ZVW wordt vervangen door een ZVW werkgeversheffing, verdwijnt ook de ingewikkelde teruggave van te veel betaalde ZVW premie bij meerdere dienstbetrekkingen.
12. Het werknemersdeel WW-premie wordt helemaal afgeschaft en komt dus niet meer voor in de loonadministratie.
13. Geen verschil meer tussen de loonheffing en premieheffing over bijtelling privégebruik auto en levensloopinleg en –opname.
14. De franchise WW wordt afgeschaft. Voor de WW-premie hoeven hierdoor geen aparte gegevens meer bijgehouden te worden.

Belastingen
15. Een bedrijf dat verpakkingen op de markt brengt, is belastingplichting, maar hoeft op grond van de huidige regels geen belasting te betalen als het om 15.000 kilo of minder aan verpakkingen gaat. Deze grens komt nu bij 50.000 kilo te liggen. De bedrijven die door deze maatregel niet meer met verpakkingenbelasting te maken krijgt, hoeven ook geen uitgebreide verpakkingenadministratie meer bij te houden.
16. De MKB-winstvrijstelling stelt een vast percentage van de winst vrij van belasting. Hiervoor geldt een urencriterium van 1225 uur per jaar. Deze voorwaarde vervalt. Hybride ondernemers (mensen die naast een baan een onderneming hebben) en deeltijdondernemers (zonder baan ernaast) kunnen daardoor ook gebruikmaken van de winstvrijstelling.
17. De MKB-winstvrijstelling wordt verhoogd van 10,5 naar 12 procent. Daardoor verlaagt de marginale belastingdruk op de behaalde winst.
18. De zelfstandigenaftrek gaat voortaan hand in hand met winstinkomen. De zelfstandigenaftrek kan voortaan in de negen daaropvolgende jaren alsnog verrekend worden met de winst. De zelfstandigenaftrek wordt alleen verrekend met winstinkomen en niet meer met eventueel ander inkomen. Zo komt de aftrek terecht bij ondernemers die een succes maken van hun onderneming. Om het starten van een onderneming vanuit een dienstbetrekking te blijven stimuleren en te ondersteunen, mogen starters net als nu gedurende drie jaar de zelfstandigenaftrek verrekenen met ander inkomen.
19. Overige fiscale wijzigingen.

Innovatie
20. De octrooibox heet nu innovatiebox en de grondslag wordt aanzienlijk verruimd. Voortaan vallen alle winsten behaald met innovatieve activiteiten onder het lage tarief. In de huidige situatie is dat tarief alleen mogelijk bij winsten tot 400.000 euro. Dit maakt de box aantrekkelijk voor software en bedrijfsgeheimen.
21. Het tarief voor de venootschapsbelasting voor innovatieve activiteiten wordt verlaagd van 10 naar 5 procent.
22. Verliezen op innovatieve activiteiten worden aftrekbaar tegen het normale tarief van 25,5 procent in plaats van het verlaagde tarief.
23. Innoverende ondernemers worden gesteund met de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). Hiervoor is in 2010 210 miljoen euro extra beschikbaar (totaal in 2010: 700 miljoen euro). De WBSO kent drie faciliteiten: een tegemoetkoming in de loonkosten die gemoeid zijn met speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de vorm van een vermindering van de af te dragen loonheffing, een aftrek S&O voor zelfstandige ondernemers en een extra tegemoetkoming voor startende ondernemers. In de huidige situatie kan de S&O-inhoudingsplichtige een afdrachtvermindering van 50 procent toepassen op het totale S&O-loon tot een grens van 150.000 euro. Voor het meerdere geldt een afdrachtvermindering van 18 procent. Voor het jaar 2010 wordt de grens van 150.000 euro tijdelijk verhoogd tot 220.000 euro, waardoor een S&O-inhoudingsplichtige over een groter deel van het S&O-loon het verhoogde percentage afdrachtvermindering kan toepassen.

Investeringsaftrek
24. De kleinschaligheidsinvesteringenaftrek (KIA) is bedoeld om investeringen van een beperkte omgang te bevorderen en is vooral gericht op het MKB. Er bestaat recht op KIA vanaf investeringen vanaf 2.200 euro. Een maximale aftrek is voortaan mogelijk bij een investering van 54.000 euro tot 100.000 euro. Tot een investeringsbedrag van 300.000 euro is voortaan aftrek mogelijk.
25. De budgetten van de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek worden structureel verhoogd. Investeringen in duurzame en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen worden dan nog meer gestimuleerd. De EIA is bedoeld voor ondernemers die willen investeren in energiebesparende technieken en de toepassingen van duurzame energie in hun onderneming. Dergelijke investeringen leveren dubbel voordeel op voor ondernemers. Niet alleen wordt bespaard op energiekosten, de ondernemer betaalt ook minder inkomsten- of vennootschapsbelasting doordat een belastingaftrek mogelijk is van bijvoorbeeld 44 procent van het investeringsbedrag in een duurzaam bedrijfsmiddel met een minimum van 2.200 euro en een maximum van 115 miljoen euro.

DGA
26. Het wordt mogelijk om tijdens leven een aandelenpakket door te schuiven naar de opvolger. Nu kan dat alleen bij het vererven van een aanmerkelijk belang. De doorschuifregeling bij schenken van aanmerkelijkbelangaandelen geldt alleen voor zover de BV waarvan deze aandelen worden doorgeschoven een materiële onderneming drijft. Deze vereiste gaat ook gelden voor de doorschuifregeling bij vererven van aanmerkelijkbelangaandelen.
27. De terbeschikkingstellingsregeling wordt op een aantal punten verzacht. Zo kan een ter beschikking gesteld pand in de BV worden ingebracht zonder heffing van inkomstenbelasting en zonder heffing van overdrachtsbelasting. Voorwaarde is dat de inbreng plaatsvindt in 2010. Daarnaast krijgt de terbeschikkingsteller een faciliteit die vergelijkbaar is met de MKB-winstvrijstelling. Ook krijgt hij recht op toepassing van de herinvesteringsreserve en de kostenegalisatiereserve. Tot slot wordt de betalingsfaciliteit van de terbeschikkingstellingeregeling versoepeld. De vereiste dat de belastingschuldige over onvoldoende middelen beschikt om de belasting te voldoen, de zogenaamde vermogenstoets, vervalt.
28. De gebruikelijkloonregeling is in 2010 niet meer van toepassing als het gebruikelijk loon niet hoger is dan 5.000 euro per jaar. In deze gevallen hoeft er dan geen loonadministratie te worden opgezet, uiteraard tenzij de BV feitelijk loon betaalt.
29. Vermoedelijk wijzigt per 1 maart 2010 de sociale verzekeringspositie van de dga in grensoverschrijdende gevallen. Op die datum wordt de nieuwe Europese Verordening inzake Sociale Zekerheid ingevoerd. Daardoor is het voor een dga niet meer mogelijk om gelijktijdig in twee landen sociaal verzekerd te zijn. Een dga zal voor zijn werkzaamheden in de landen waar hij werkzaam is als zelfstandige worden aangemerkt. Op basis van de nieuwe regelgeving zal hij dan uitsluitend sociaal verzekerd zijn in het land waar hij woont.
30. Een dga kan onder voorwaarden deelnemen aan de levensloopregeling. Hiermee kan hij verlof opnemen voor zorg, sabbatical, ouderschap, educatie en vervroegd pensioen. De dga spaart jaarlijks maximaal 12 procent van zijn brutoloon. Het gespaarde bedrag mag niet hoger zijn dan 210 procent van het bruto-jaarloon.
31. Vanaf 2010 mag een BV van de dga om zijn pensioen te beheren ook zijn gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, of in een andere staat binnen de Europese Economische Ruimte.

2011
De volgende wijzigingen moeten op 1 januari 2011 in werking treden.
32. Het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers wordt sterk vereenvoudigd. Deze vereenvoudiging komt tegemoet aan een veel gehoorde wens van werkgevers. Op dit moment zijn er tientallen categorieën vergoedingen en verstrekkingen waarvoor allemaal aparte regels gelden, zoals bijvoorbeeld werkkleding, kerstpakketten, laptops, fietsen en bedrijfsfitness, die meestal allemaal per werknemer geadministreerd moeten worden. De nieuwe werkkostenregeling heeft een forfaitair karakter. Er komt een forfaitaire vrijstelling van 1,4 procent van de fiscale loonsom. Tot een maximum van 1,4 procent van het loon is de werkgever dus vrij om onbelast vergoedingen en verstrekkingen aan zijn werknemers te geven. In de nieuwe regeling kan er op bedrijfsniveau geadministreerd worden.
33. Ook zijn er een beperkt aantal gerichte vrijstellingen voor zakelijke kosten. Er komen gerichte vrijstellingen voor reiskosten, tijdelijke verblijfskosten, cursussen, studiekosten, extraterritoriale kosten, alle verhuiskosten en outplacementkosten. Het rentevoordeel van door de werkgever verstrekte hypothecaire leningen voor de eigen woning is ook vrijgesteld.


Bronnen: Elsevier, ministerie van Financiën, Ernst & Young

Ook op zibb


Reacties (0)

Nieuw bericht

Auteur: Typ onderstaande tekst over:
E-mail:
Bericht:
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden. Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden en Privacystatement.
Reed Business